Demi Vollering: “Een medaille voor Nederland is niet zo eenvoudig”

24 juli 2021

 

Ze is de rookie in het Nederlandse kwartet. Marianne Vos, Annemiek van Vleuten en Anna van der Breggen weten met respectievelijk vier, drie en twee olympische deelnames hoe groot en bijzonder het evenement is. De sfeer van het olympisch dorp, de samensmelting van sporters uit alle uithoeken van de wereld en de verzameling van liefst 42 sporten zullen langs Demi Vollering gaan. Op anderhalf uur van Tokio zitten de vier Nederlandse wielrensters in een groot hotel met alle wielrenners en lijken de vijf ringen vooral op de vijf gekleurde strepen van de WK’s wielrennen. 

Namens Team SD Worx zijn Anna van der Breggen en Demi Vollering voor de Nederlandse ploeg afgevaardigd naar Tokio. In totaal komen zes rensters van de ploeg in de wegwedstrijd uit. Namelijk ook: Ashleigh Moolman-Pasio, Anna Shackley, Karol-Ann Canuel en Christine Majerus.

“Ik heb nog nooit eerder de Olympische Spelen meegemaakt dus ik zou ook niet weten hoe het gevoel nu eigenlijk wel zou moeten zijn. Ik mis de sfeer niet, omdat ik niet weet wat ik zou moeten missen”, geeft de 24-jarige Vollering aan. 

Het parcours heeft ze inmiddels goed verkend. Net als de andere vrouwen in de Nederlandse ploeg had Vollering het vooraf zwaarder ingeschat. “Het klopt dat het niet heel zwaar is. Het gaat voor ons nog een hele klus worden om bepaalde andere concurrentes er af te rijden. We moeten uitkijken dat we rappe rensters als Lizzie Armitstead, Coryn Rivera en Lotte Kopecky niet meenemen naar de finish. Die kunnen dit parcours ook goed overleven.”

“In de hele wedstrijd is geen meter vlak, maar het is ook nooit dat je echt lang omhoog rijdt. Met de warmte en hoge vochtigheid zal het zeker een lastige koers worden. Anderzijds biedt het voor de klimsters weinig mogelijkheden om de concurrentie van zich af te schudden. Er zijn veel meiden die hier uit de voeten kunnen. Zeker de finale op het circuit. Dat lijkt bijna op een technisch criterium. Juist omdat er zoveel rensters dit parcours aankunnen, kan het wel een heel interessante en verrassende wedstrijd worden.”

En dus stuit het Nederlandse kwartet op het probleem dat het viertal eigenlijk de wedstrijd hard moeten maken, maar dat ze anderzijds vier topfavorieten in huis hebben die alle vier op dit parcours kunnen winnen. “En als jij degene bent die het hard moet maken, dan zul je het niet overleven tot het einde”, concludeert Vollering terecht. 

Dan stuiten de vier oranjehemden, waarvan de buitenwereld eigenlijk verwacht dat ze in Tokio eventjes het goud gaan ophalen, dus op een dilemma. “Hoe we hier mee moeten omgaan?”, herhaalt Vollering de vraag. “Ik denk dat we onze kaarten vooral op het einde moeten uitspelen. Marianne en ik kunnen gokken op onze sprint. Anna en Annemiek moeten daarentegen zeker niet wachten. Zij zullen eerder proberen weg te komen. Vanaf dat moment kunnen we ons tactisch spel gaan spelen. Alle scenario’s moeten we gewoon proberen.” 

Voor Vollering is het een groot voordeel dat ze de laatste maanden Luik-Bastenaken-Luik en La Course in een sprint van een klein groepje wist te winnen. “Inderdaad. Juist omdat dat ook wedstrijden die qua zwaarte enigszins te vergelijken met deze olympische titelstrijd zijn. Misschien dat er op het einde dan toch mogelijkheden komen om met een groepje te ontsnappen of dat het een sprint van een flink uitgedund eerste peloton wordt. Normaal heb ik een beeld van een wedstrijd. Dat heb ik hier nog niet. Het zal een mooie koers voor het publiek worden, maar voor Nederland gaat het niet zo eenvoudig worden als iedereen denkt om met een medaille naar huis te gaan.”

 Foto credtis: Getty Sport

Andere nieuwsberichten