Anna van der Breggen: “Nederland moet olympische wegwedstrijd zwaar maken”

24 juli 2021

 

In het olympische dorp in Rio de Janeiro kwam ze ogen tekort om alle ervaringen tot zich te nemen, nu tijdens Tokyo 2020 zit Anna van der Breggen op haar hotelkamer spelletjes als Halli Galli en Pim Pam Pet te spelen. In de aanloop voelt niets hetzelfde als vijf jaar geleden in de Braziliaanse metropool waar ‘VDB’ met goud op de wegwedstrijd en brons op de tijdrit de Nederlandse koningin van de Spelen werd. 

Van der Breggen weet na jaren aan de top dat je je moet aanpassen aan de situatie en altijd de focus op je sportieve doelen moet houden. Zo ziet ze direct ook weer voordelen dat de wielrenners ver verwijderd zijn van het olympische dorp. “De controleposten zijn een stuk minder. Als je je accreditatie maar bij je hebt dan kun je vrijwel overal doorlopen.” 

Dat ze in haar laatste grote toernooi niet echt het olympische gevoel krijgt, stoort haar persoonlijk niet. Ze vindt het vooral jammer voor haar kamergenote en ploeggenote bij Team SD Worx Demi Vollering. “Demi doet haar eerste Olympische Spelen en zij is nog nooit in het olympische dorp geweest. Voor haar is het jammer dat ze die sfeer niet kan ervaren. Ik denk dat we vooral blij mogen zijn dat we op deze plek aan het wielerparcours zitten. Wij kunnen hier vrij trainen en kunnen naar de plekken van het parcours die we willen verkennen. Wat dat betreft zijn er ondanks de strenge Corona-regels hier vrij weinig beperkingen.” 

Niet alleen in het olympische dorp in Tokio maar ook in het grote ‘wielerhotel’ in Gotemba hebben de afgelopen dagen twee wielrenners positief op Corona getest. De Tsjech Michal Schlegel en de Duitser Simon Geschke. Toch is het corona-gevaar nauwelijks onderwerp van gesprek bij de Nederlandse ploeg. “Als je ziet hoeveel wielrenners hier zijn, dan zijn die gevallen eigenlijk verbazingwekkend weinig”, is Van der Breggen reëel. “Wij houden ons goed aan de maatregels. Hebben continue in de ruimtes onze mondmaskers op, terwijl we ons eten met plastic handschoenen van het buffet af nemen. We proberen zoveel mogelijk binnen onze groep van Team NL te blijven en zorgen dat we nauwelijks bij andere renners in de buurt komen. We houden ons goed aan de maatregels en verder moet je er zo weinig mogelijk over nadenken.” 

Dat ze zondag na vijf jaar haar olympische titel gaat verdedigen en de hele sportwereld met spanning kijkt of de vrouwenwedstrijd weer zo sensationeel gaat worden als in Rio de Janeiro, begint wel te leven. “Je voelt zeker bij iedereen dat ze bezig zijn met een heel belangrijke wedstrijd. Hoe groot de Olympische Spelen zijn, dat besef je hier echter nauwelijks. Al had ik dat eigenlijk ook in Rio de Janeiro. Toen dacht ik al, zoveel aandacht is er hier niet voor ons. Pas toen ik terugkeerde ik in Nederland had ik in de gaten wat de impact van een prestatie op de Olympische Spelen is. Als je hier geen nieuws kijkt, dan zit je in een hotelkamer te wachten op een wedstrijd. Dat is wel een beetje apart.” 

De zwaarte van het parcours vindt de beste wielrenster van dit ogenblik moeilijk in te schatten. Meestal kan Van der Breggen je redelijk goed vooraf uittekenen wat er gaat gebeuren, maar aan de voet van Mount Fuji vindt ze dat ditmaal heel lastig. “Dat komt omdat we zelden onder deze omstandigheden van extreme hitte en luchtvochtigheid koersen. Daarbij is het een apart parcours. In de aanloop is het niet echt een ‘klim-klim’, maar is het eigenlijk een tientallen kilometerslang traject waar het omhoog gaat, maar er zitten ook korte afdalingen en veel bochten in. Dat kan slopend zijn, anderzijds kunnen misschien veel meiden dit aan. In de finale hebben we het circuit waarop korte steile klimmetjes zitten die me ook enigszins aan de Ardennenklassiekers doen denken.”  

Zelf houdt tweevoudig wereldkampioene Van der Breggen van een zware koers waarin ze het verschil kan maken. “Dat zou voor de hele Nederlandse ploeg goed zijn. Annemiek, Demi en Marianne kunnen dat ook aan. De meeste andere landen hebben meiden die op langere klimmen in de problemen komen. We moeten echt proberen om een aantal snelle rensters te lossen. Dat zou een enorm verschil kunnen maken. Ik hoop dat dit kan.” 

In Rio de Janeiro was er vijf jaar geleden een taakverdeling waarbij twee rensters (Marianne Vos en Ellen van Dijk) in een dienende rol voor Van der Breggen en Van Vleuten zouden rijden. Met vier kampioenen die alle vier winstkansen in Tokio ruiken zal het niet makkelijker worden om een winnend strijdplan uit te stippelen.” 

“Het is een terechte constatering dat we alle vier kansen hebben op dit parcours. Nu heb je twee rensters die er een harde koers van moeten maken en twee rensters met een sprint als wapen die ook goed over de ‘punchy’-klimmen komen. We moeten gebruik maken van elkaar. Met de vier meiden die we hier hebben gaat het een heel interessante koers worden.” 

 Foto credits: Getty Sport

Andere nieuwsberichten